Air
Rescue 287Een CAM Race verhaal over de Cher, veel wind, harry Olie en een helicopter
Ook dit jaar deed de Cher weer mee met deze twee-jaarlijkse zeilrace naar Stavern—Larvik in Noorwegen. Van onze PZV deden verder nog mee: de Annies, de Buendia en de Liv. Er voeren ook nog drie PZV-ers op andere schepen mee. In totaal 22 leden.
Nadat op donderdag 8 juli de schepen grondig waren gekeurd en we 's avonds een hele zware onweersbui op onze pet hadden gekregen, zorgden alle boten dat ze op vrijdag 9 juli, bij een stralende zon, van de Noordergat-haven via de Robbengatsluis in de Buitenhaven naast de vissers-trawlers kwamen te liggen.
Daar hadden zich vóór de start op zaterdag 10 juli alle 125 zeilboten verzameld, voor de enige in Nederland startende Internationale Zeilrace.
Het weer werkte mee: flinke NW-wind, 4-5 beaufort op-lopend naar 5-6. Maar er vielen ook heel wat regendrup-pels en die priemden als fijne ijspegeltjes in ons gezicht.
De start op zeil in 4 groepen van elk zo'n 30 schepen was zeer hectisch en dan druk ik me nog heel voorzichtig uit!
De startlijn lag in eerste instantie tussen de Colin Archer Startton en M.S. Waddenzee vlak voor de buitenhaven, zodat het talrijke publiek op de dijk een mooi overzicht had. Maar …
Het was laag water en de wind in de uit te varen waddengeul, Zoukamperlaag en Westgat, was bijna recht op kop. De ruimte tussen de rode en groene Z- en WG-tonnen was klein, te klein om te manoeuvreren met zoveel boten op een kluitje, die allemaal, liefst tegelijk, naar buiten willen. Beetje linke soep.
Dat vond de wedstrijdleiding ook bijtijds. Dus werd de officiële startlijn, per marifoon, helemaal verlegd tot de WG-Verkenningston. Nu mocht door alle schepen tot die ton op de motor gevaren worden. Dat was een hele opluchting voor de meesten, want de ondieptes zijn legio tot voorbij Schiermonnikoog.
Eenmaal daar, met de wind vol in de zeilen werd scherp aan de wind gezeild: NNW. Dat moest ook wel want we gingen de scheepvaart route loodrecht in tussen de tonnen TE-11 en -13, met aanmelding aan de vuurtoren van Schiermonnikoog. Met afmelding verlieten we de shipping lane weer tussen de tonnen TE-12 en -14.
Inmiddels was het al behoorlijk donker geworden en koersten we op de laatste verplichte ton af: de EF/8. Die moesten we aan stuurboord laten, voordat we meer koers konden zetten: NNO in de richting Stavern-Larvik.
Windrichting en de verleiering speelde ons echter parten: we kwamen te ver Oostelijk uit. Daardoor moesten we een keer overstag, waardoor we heel wat kostbare tijd verloren. Maar uiteindelijk lieten we de genoemde ton ruim aan stuurboord en konden we eindelijk een meer efficiënte koers gaan varen. De nacht was inmiddels ongeveer voorbij en de wind bleef in dezelfde hoek zitten met sterkte 5-6 en uithalen naar 6-7. We kregen regel-matig een flinke klots water over, maar we konden heerlijk zeilen met snelheden van ca. 7 kn.
De hele zondag ging op die manier voorbij en ieder had het prima naar zijn/haar zin. De avond en nacht viel en Harry Olie en ik werden om 24 uur afgelost door Piet Dijkema, dochter Daphne en neef Diederik.
Die kregen nu de hondenwacht. Moe deed ik mijn natte zeilkleding uit en zocht op de kajuitbank mijn slaapzak op.
Hoe lang ik sliep weet ik niet meer, maar ik werd plotse-ling wakker door een kreet van pijn. Eenmaal wakker zag ik dat Harry, door een onverwachte golfbeweging, vanachter de kaartentafel, tegen de stang van het gasstel was gesmeten en heel kort ademig was. Piet kwam meteen van boven en samen hebben we hem voorzichtig op de kajuitbank gelegd, aan de lage kant.
Het zag er zeer ernstig uit want we merkten dat Harry steeds moeilijk ademde. Na de situatie te hebben aangezien en besproken én omdat we het toch niet vertrouwden, riep Piet de kustwacht op kanaal 16 op.
Na vrij veel wachttijd en doorschakelen aan de andere zijde, kregen we eindelijk een dokter aan de lijn. Of we de situatie van Harry konden beschrijven. Dat deden we uitgebreid. Of we nu met een stethoscoop de longen van de patient konden beluisteren!
Zo'n longen-luister-apparaat hebben we op de CHER helaas niet in onze toch wel uitgebreide EHBO-kist.
Of we dan met het blote oor wat konden horen. Ik luister, links: niets bijzonders. Rechts: ik hoor een soort gorgelend geluid, als of er water door een pijp loopt. Dat (vertaald) blijkt voor de dienstdoende arts aan de andere kant voldoende te zijn om de ernst van de situatie in te zien.
Ze zullen een helicopter sturen, om de patient van boord te halen. En dat bij 'n windkracht 5-6 met uithalen naar 7-8. Golven van naar schatting 4-6 m. Op een schommelende en stampende zeilboot van 11 meter.
Het zeil wordt gestreken en door Piet met halsbrekende en acrobatische toeren om de giek vastgesjord.
Het duurt lang, erg lang, als ik achter de marifoon de Helicopter de CHER hoor oproepen. CHER,CHER hier de Air Rescue 287, hoort U mij? Pas na een 5-tal pogingen van mijn kant horen ze mij.
Dan vragen ze onze exacte positie, die ik zo van de G.P.S. kan doorgeven: 56°49N; 07°38O. Ca. 30 mijl ten Westen van Jutland.
Even later horen we ze luid aan komen vliegen. Dan vragen ze of we veel licht willen aanmaken en 'n schijnwerper ontsteken. Gelukkig hebben we zo'n lichtkanon aan boord en vanuit de kuip wordt daarmee flink gezwaaid in de heli-richting.
Ondertussen heeft Harry het gelukkig wat minder moeilijk met ademen en kan hij inmiddels weer duidelijk praten.
Het begin van de van-boord-evacuatie gaat van start. Via de Heli krijgen we instructies wat hun bedoeling is. Nadat we uitgelegd hebben dat een slung onder de armen van Harry onmogelijk, niet wenselijk en veel te pijnlijk voor hem en het neerlaten van een brancard i.v.m. de mast-verstaging ook niet te doen is.
Komt de vraag: wat dan wel?
Na beraad tussen de heli en de arts op de wal, laat de heli-piloot weten wat de definitieve procedure zal zijn.
De heli komt op ca. 30-40 m boven de CHER hangen met al zijn boordlichten aan. Ze laten een lijn zakken, ver-zwaard met een geel lederen zakje gevuld met lood. Dat moeten we proberen te grijpen!!!
Iedereen kent het jeugdspelletje spijkertje-poep neem ik aan?— Een grote spijker aan een touwtje, op de rug bevestigd aan de broeksriem, moet al hurkend in een Cola-fles gemikt worden.— Hier gebeurt dat in werkelijkheid.
Het duurt bijna een kwartier, voor Daphne en Diederik in de kuip die lijn te pakken hebben. Want de CHER en de Heli hebben steeds andere posities!
Vervolgens wordt de lijn onder de reling doorgehaald en om een van de lieren geslagen. Piet blijft volgens hun procedure tegen de wind in varen en dan vliegt de heli met de vastgemaakte lijn tot ca. 40-50 m achter de CHER.
Eenmaal daar, laten ze een oranje-zwarte dinghy aan diezelfde lijn in zee plonzen. Als dat ding zich helemaal heeft opgeblazen, zien we hoe een oranjegeklede kikvorsman zich in de dinghy probeert te laten zakken. Dit is voor ons weer hetzelfde spijkertje-poep, maar dan op afstand.
De dappere man wordt tig keer in de woelige zee gesopt voordat hij uiteindelijk in de op de golven springende en dansende lichte dinghy van 2 bij 2 meter gedropt wordt.
Nu moet de oranje redder door Daphne en Diederik met behulp van de lier naar de CHER getrokken worden, door de lijn met de dinghy in te lieren. Dat is door de golven een zeer zwaar karwei voor die twee, maar ze spelen het klaar.
Ondertussen, en tussen de marifoonberichten door, heb ik Harry zijn zeilkleding met enige moeite en pijn aan kunnen trekken. Inclusief uiteraard zijn reddingsvest. Ik help hem voorzichtig de trap op, de kajuit uit.
Boven wordt hij door Piet opgevangen. De achterreling is door Diederik los gemaakt en de zwemtrap uit-gevouwen. De dinghy ligt inmiddels vlak tegen de CHER aan te botsen, maar is bereikbaar.
Op bevel van de kikvorser, een marinier en met nogal wat durf en moed komt Harry met wat moeite in de dinghy terecht. Vraag me niet hoe. En wie hem duwde.
In de dinghy staat inmiddels een halve meter water en Harry's mobieltje geeft meteen de geest.
De kikvorser zegt geen boe of bah—teveel zeewater binnengekregen? De lijn wordt weer helemaal gevierd en we zien vanaf de CHER hoe Harry, samen, in innige omstrengeling (met een slung?) met de oranje redder de helicopter wordt ingetakeld, vanaf de felverlichte dinghy.
Via de marifoon vraagt de heli ons nog om de dinghy mee naar de kust te slepen en daar, portvrij, op te sturen naar ’n op een sticker vermeld adres.
Dat beloven we, maar als we na verloop van tijd nog eens omkijken, blijkt de sleeplijn geknapt te zijn, waarschijnlijk door de toegenomen hoeveelheid water in de dinghy.
We varen terug om te zoeken, maar door de hoge golven kunnen we hem niet terugvinden. We melden dit via de marifoon en men bedankt ons voor de terugkoppeling: de dinghy zal wel door anderen gevonden en teruggstuurd worden.
Om ca. 04.30 uur zet de heli koers naar de kust.
Via de marifoon vraag ik nog waar ze Harry naar toe gaan brengen. Na enkele herhalingen vang ik Ålborg op. Op de kaart kijkend zie ik dat dat in de Oost-kop van Jutland ligt: helemaal aan de andere kant van de Limfjord, zeker nog 3 kwartier vliegen voor Harrie!
Op dit moment besluiten en weten we, dat de CAM-race voor ons over is.
Vooral ook omdat we natuurlijk z.s.m. willen weten hoe het met Harry is.
Omdat het aanlopen van de kust, bij lager wal, onder deze ruige weers-omstandigheden gevaarlijk kan zijn (kans op heel vervelende brekers !!), roept Piet nogmaals op kanaal 16 de kustwacht op.
Deze verbindt hem door met het havenkantoor van Thyborøn. Op de vraag of het aanlopen van de kust verantwoord is wordt positief geantwoord.
De zon is inmiddels aan het opkomen en we zetten dan ook koers naar de kust. De dichtstbijzijnde haven is die kleine vissershaven Thyborøn op zo’n 20 tot 25 mijl. Nog steeds op de motor varen we nu naar het Oosten met de wind en de hoge 5-6 m hoge golven achterop.
De zon verblindt erg, maar rond 09. 30 uur varen we toch de haven binnen en maken we erg vermoeid vast.
Een dubbele neut zorgt er voor dat we allemaal binnen een kwartiertje onder zeil gaan en uuuren later wakker worden, heerlijk uitgerust!.
‘s Middags bestellen we bij de VVV een huurauto voor de volgende dag. Op dinsdag 13 juli brengt een gezellig Deens treintje ons in een half uurtje naar onze auto in Lemvig.
Dan is het nog meer dan 2 uur rijden naar het zuid-hospitaal van Ålborg. Op de 6e etage kamer 07 worden we opgewacht door: jawel, een zeer montere rond-wandelende Harry, die al weer behoorlijk opgeknapt lijkt, maar nog tot donderdag in het ziekenhuis moet blijven ter observatie, daar hij 4 gebroken ribben blijkt te hebben opgelopen.
Gelukkig is hij nu alweer herstellende en, hopelijk, zonder blijvende gevolgen!
Meer weten over de Colin Archer Memorial Race 2004 (en de vorige)? Kijk op: www.CAMR.nl
Nawoord door het slachtoffer.