De CAM Race van de Marsicht

Begin dit jaar vroeg de schipper van de Marsicht of ik zin had om met de CAM Race mee te varen.  Uiteraard viel dit in goede aarde en we schreven ons in.

Fons Navarro

De CAM Race is voor veel mensen, en ook voor ons, een wegbrengtocht (met wedstrijdelement) voor de vakantie.

Het is leuk georganiseerd en voor een goed uitgerust schip is het prima te doen.  Toch ben je onderweg voor 100% op je zelf aangewezen.

Er is wel wat marifooncontact, waarin posities worden uitgewisseld, maar de discipline haalt het niet bij de begeleiding van de Ramsgatetocht.  Waar we met de Ramsgate-tochten regelmatig elkaar kunnen vinden en helpen, kun je dat hier absoluut niet verwachten.

De Voorbereiding

De boot werd begin juli naar Lauwersoog gevaren, waar de bemanning aan boord stapte.

Omdat de schipper de weken voorafgaand aan de race zich voor 100% met het uitrusten en provianderen van het schip bezig hield, hoefde ik mij alleen te concentreren op het weer en de route.

Naar aanleiding van een artikeltje in het blad Zeilen had ik een navigatieprogramma van RayMarine van het inter-net geplukt en op mijn laptop geïnstalleerd (uiteraard de gratis demoversie).

Hiermee was het mogelijk GRIB-files te downloaden met een weersvoorspelling van circa drie dagen.  Ook was dit op het scherm te combineren met een te varen route en kon ik een optimale route plannen.  Een erg nuttige bezigheid, die je al spelende een goed inzicht verschaft in de mogelijkheden op zo'n meerdaagse tocht.

Het weerbeeld gaf aan dat er een westenwind zou waaien bij de start en dat deze tijdens de tocht naar het noordwesten en mogelijk naar het noorden ging draaien.

De eerste twee dagen 15 tot 25 knopen.

Het lage drukgebied, dat dit veroorzaakte, lag vrijwel stationair bij Zuid-Zweden met als gevolg dat er in het Skagerak weinig wind uit variabele, maar min of meer noordelijke richting verwacht werd.

Op grond hiervan besloten we niet via een rechte streep naar de kop van Jutland te varen, maar wat meer hoogte te houden en ten westen van de Jutlandbank te blijven en vandaar uit het Skagerak in te steken.

In het Skagerak staat een oostelijke stroming van 1 à 2 knopen langs de Deense kust.

Deze draait vervolgens naar het noorden en loopt langs de Noorse kust in westelijke richting terug.

Om hier zoveel mogelijk van te profiteren wilden we eerst in het Skagerak oostelijk aanhouden en vervolgens een vrijwel noordelijke koers varen naar Larvik.

Tot zover de theorie.

De Start

Het programma bevatte nogal wat activiteiten voor de start.  Keuring van de schepen op donderdag.  Alle schepen, ca. 130 stuks, via het kleine sluisje van Lauwersoog naar de buitenhaven.  Een activiteit die de hele vrijdag duurde.

Zaterdagochtend de briefing en de start vanaf 11:30.  We maakten om 10:30 los.  Het waaide inmiddels al flink (5 à 6).

Om schade te voorkomen besloot de wedstrijdleiding wel vanaf Lauwersoog te starten maar vervolgens buiten de wedstrijd naar de uiterton te varen en de wedstrijdtijd vanaf dat moment te tellen.  Een wijs besluit.

Ondanks dit besluit wisten twee deelnemers elkaar op het wad zodanig te raken dat er een moest opgeven.  Verder waren er diverse schepen die de grond raakten, schade opliepen en de wedstrijd moesten staken.

Er was één boei die we verplicht moesten ronden, dit om ervoor te zorgen dat we niet in Duitse wateren terecht kwamen en de TE-route haaks zouden kruisen.  De boei was niet direct te bezeilen en onder vol tuig voeren we hoog aan de wind, een kleine slag over bakboord en vervolgens langs de boei.  Toen stoven we 60 graden aan de wind en met een snelheid van 8 knopen richting Larvik.

Nieuw Wachtschema

Het was buiig weer, maar de temperatuur was prima.  Wij, als bemanning, vermaakten ons prima.

De schipper merkte dat ook hij zeeziek kon worden en had het minder naar zijn zin.  Hij ging genieten van de uitstekende kooi in de gastenhut en kwam pas in het Skagerak weer boven water.

Het wachtschema van Jan moest dus omgegooid worden.  Omdat het schip fantastisch liep en eenvoudig met de stuurautomaat op koers te houden was, besloten we het wachtschema te wijzigen in twee uur buiten, twee uur binnen in het dekhuis (voor hand- en spandiensten zoals positie noteren, eten en drinken regelen etc.) en twee uur slapen.  Dit beviel prima.

Harde Wind

Middernacht van zaterdag op zondag was de wind inmiddels toegenomen tot 20 à 25 knopen.  Nog steeds westelijk.

De stuurautomaat zeurde dat hij het moeilijk had.  Een rif in het grootzeil bracht uitkomst.  We zeilden even snel, meer comfortabel en kwamen zonder problemen de nacht door.

Om zes uur voeren we op de hoogte van Esbjerg.  De wind nog steeds west, maar zeker niet afgenomen, zoals voorspeld.  De hele zondagochtend jakkerden we door.

Prima Duurtest

De Marsicht is een ruim, comfortabel schip van 47 voet en ze zeilt prima.  De ontwerper heeft echter één feature ingebouwd dat voor ons echt overbodig was.

Het schip is van staal en heeft stevige gangboorden met redelijk grote spuigaten.  Dit voorkwam echter niet dat elke keer, als er een golf over het schip spoelde, er een paal water van 20 x 30 cm van voor naar achter door het gangboord aan lei schoof.

Halverwege de kuip hield het gangboord echter op en het water spoot dan rechtomhoog tot aan de giek om vervolgens de kuip te besproeien.  Samen met het buiswater dat ons nu geregeld van loefzijde bestookte, zorgde dit overigens voor een prima duurtest van de zeilkleding.

Goed Besluit

Rond de middag moest de beslissing genomen worden of we ten westen van de Jutlandbank bleven of onze koers zouden ver-leggen en oostelijk, tussen de bank en de Deense kust, zouden gaan.

Om twaalf uur was de wind inmiddels geruimd naar het noordwesten.  Met 30 knopen wind over het dek liepen we op dat moment hoog aan de wind 6 à 6,5 knopen.

Het zag ernaar uit dat de wind niet snel naar het noorden ging draaien, dus vielen we 20 graden af om met 9 knopen richting Skagerak te denderen.

Een goede beslissing, want de wind bleef de volgende twaalf uur uit dezelfde richting waaien.

In de middag zagen we een zeilschip vanaf stuurboord naderen.  Het bleek een andere deelnemer te zijn die besloten had boven de bank langs te gaan.

Koken: Gevaarlijke Bezigheid

Aan boord van de Marsicht waren twee personen, waar-onder ikzelf, die onderweg graag behoorlijke maaltijden maakten.  Dus ook gedurende deze tocht.

De lucht van gebakken uien, knoflook en andere spece-rijen vonden wij heerlijk, maar we begrepen achteraf dat we de zeezieke schipper daarmee niet zo plezierden.

Het koken was verreweg de gevaarlijkste bezigheid aan boord.  De Marsicht is een uiterst degelijk schip en alles is nogal zwaar, zo ook de laden in de keuken.  Deze lopen uiterst soepel als het schip recht ligt.

Onder 45 graden helling is dit een ander verhaal.  Het proces verliep als volgt: — schrap zetten — met twee handen een lade openen — je knie ertussen zetten — etenswaren pakken — knie terugtrekken en tegelijk met één hand de lade tegenhouden opdat deze niet direct kapotslaat — vervolgens tellen of alle vingers er nog aan zitten en gaan koken.

Het resultaat van het werk werd echter steeds gewaardeerd, en daar gaat het om.

Het Skagerak

Dat voorspellingen niet altijd uitkomen bleek die avond en nacht wel.  Hoewel de wind steeds in de NW-hoek bleef, nam hij bij het naderen van het Skagerak niet af.

Voorbij de banken kregen we gedurende de nacht tot 42 knopen wind en een stevige zeegang.  Regelmatig zagen we het water tot halverwege het dekhuis staan.

En toen een golf in de kuip brak spoelde de wacht van loef naar het uiterste hoekje van de zeereling aan lij.  Zijn veiligheidslijn bleek prima te functioneren.  Hij was wel nat, nu ook aan de binnenzijde van zijn zeilpak.

Weg Wind

We zeilden het Skagerak in en de wind nam heel snel af.  Binnen 4 uur was de wind van windkracht 8 tot 1 afgenomen.

Alles was anders, de zon scheen, de zee was vrijwel vlak en de kuiptafel werd neergezet.  De schipper kwam weer buiten vergezeld van een flesje wijn.

Vier uur lang dobberden we vrijwel zonder snelheid te maken.  Een half etmaal eerder dachten we nog op maandagmiddag te finishen maar dat was nu uitgesloten.

Verschillende schepen doken op, soms met spinnakers als dweilen langs de mast, soms met een privé-windje wegzeilend.  De wind was de hele dag variabel van nul tot 5 knopen en van ZW tot NO.

Tegen de avond kwam er een windje opzetten waarmee we met gennaker, afgewisseld met fok en kluiver, enige voortgang maakten.  Na middernacht werd voor óns de wind weer redelijk, schepen die 5 mijl verder lagen hadden tot de finish vrijwel geen wind.

Noorwegen

Vroeg in de ochtend zagen we de Noorse kust en we liepen met een heerlijk zonnetje en NW 4 om 07:22 uur over de finish.

In de haven lagen al meerdere schepen.

Zij hadden geen windstilte gehad en de eerste waren al de vorige avond binnen gelopen.

We hoorden van de wedtrijdleiding dat er tussen de 30 en 40 schepen terug waren gegaan of waren uitgeweken.

Ook hoorden we het verhaal van de gewonde op de Cher.  Ondanks diverse pogingen konden we helaas geen contact krijgen met Piet.  Dat Harry Olie de ongelukkige was, hoorden we pas in Nederland.

En hij was niet de enige die iets gebroken had.  Na sluiting van de race kwam er nog een deelnemer binnen met een CAM RACE 2004 vrouwelijk bemanningslid die haar kaak had gebroken.  Nadat deze in Thyboron gezet was, zijn ze doorgevaren en hebben de race afgemaakt.

Op donderdag waren alle schepen binnen en was er een Parade of Sails langs het huis en de werf van Colin Archer.  Er voer ook een oude Colin Archer met ons mee.

Een leuke dag met prima weer en een afsluiting met prijsuitreiking en barbeque.

En Verder...

We vervolgden onze tocht op vrijdag langs de Noorse kust en later naar Denemarken.

Het leidt te ver om de Noorse scheren te beschrijven maar het is fantastisch zeilwater waar je rustig een hele vakantie kunt doorbrengen.